Ingrediënten voor een systemische kijk op zelfzorg: jij en je context
Zelfzorg gebeurt niet in een vacuüm. je leeft en beweegt je voort in een wereld waar constant mensen om je heen zijn. Je stapt meermaals per dag in en uit rollen die hun eigen specifieke takenpakket en specifieke verantwoordelijkheden met zich meebrengen.
Thuis ben je misschien wel mama of papa, waar zorgen, helpen en opvoeden centraal staat. Je bent misschien ook wel partner, lief, vriend(in). Je bent ook werknemer of ondernemer of runner-van-het-huishouden, collega, maatje, luisterend oor. Vaak heel veel van die rollen ook nog eens tegelijkertijd.
Je behoort tot verschillende systemen die zo klein kunnen zijn als jij alleen (je lichaam is ook een systeem) en zo groot en abstract kunnen zijn als "de maatschappij". Het punt is dat we in verschillende deelverzamelingen rondlopen die ook elk hun regels en overtuigingen aan ons opleggen.
Als we kijken naar alle systemen waarvan je deel uitmaakt (en waarbij je waarschijnlijk nooit stil hebt gestaan) en we moeten een opsomming maken, dan zitten we hier nog wel even. De belangrijkste die (zo ongeveer) met de regelmaat van de klok voorkomen in mijn praktijk zijn:
- Het gezin waarbij we er soms wel 3 of meer bedoelen:
- de relatie met de kids
- de relatie met je partner
- de relatie met eventuele kids van je partner
- de relatie met je ex-partner
- Het werk
- De schoonfamilie
- De vriend(inn)en
De reden daarvoor is simpel. Men komt met klachten in het nu en die klachten doen zich altijd voor in een context. Voor het gemak van schrijven ga ik voor de rest van deze blog er even vanuit dat jij mijn klant bent. Nú is er een probleem op je werk. Nú werkt die schoonfamilie op je zenuwen. Nú word je horendol van je kinderen en nú voel je je niet gehoord/gezien/gewaardeerd door je partner.
But we go way back.
Als we de tijd genomen hebben om naar je verhaal te luisteren, het te stroomlijnen en er een thema uit te halen (bijvoorbeeld: "die collega gaat steeds over mijn grenzen, doet alsof mijn werk en mijn tijd er niet toe doen en dat maakt me enorm boos"). Dan komen "moeder" en/of "vader" en/of "broer/zus" soms spontaan op het toneel wanneer je zelf spontaan de link legt ("dat doet me dan zo denken aan hoe mijn mama vroeger omging met x, y of z en dan wordt ik nog eens zo hard getriggerd") als het gaat over de uitdagingen in het nú. Soms wordt er dan spontaan verteld hoe er met gelijkaardige situaties in het kerngezin om gegaan werd of hoe de in het nú spelende thema's precies een beetje doen denken aan iets dat je herkent uit een vroegere periode. En als dat niet gebeurd,... dan is de kans groot dat ik er wel naar zal vragen (bijvoorbeeld: "hoe werd er in het opgroeien omgegaan met je grenzen"). Net omdat dat kerngezin zo belangrijk is wanneer we leren hoe we in de wereld staan. Ik laat voor nu het voorbeeld van de grenzen weer even los.
Want in dat kerngezin, daar krijgen we het leven, daar groeien we op, daar worden we geprezen, gestraft, beloond. Daar zijn regels, uitgesproken en onuitgesproken. Daar leren we ook tussen de regels lezen en subtiele signalen interpreteren die aangeven of iets goed of minder goed was. We leren er ook hoe we ons tussen die regels moeten gedragen om het leven zo makkelijk en aangenaam mogelijk te houden. We leren situaties en gedrag inschatten en we ontwikkelen "als... dan..." schema's om problemen op te lossen of beter nog, ze te voorkomen. In dat gezin krijgen we te veel van sommige dingen (bijvoorbeeld bij overbezorgde of controlerende ouders) en te weinig van andere (bijvoorbeeld bij meer emotioneel afwezige ouders). Daar leren we welke delen van ons welkom zijn (bijvoorbeeld: stil en flink zijn, goed presteren op school) en welke toch net iets minder (bijvoorbeeld luid en uitbundig spelen, "speciaal" zijn of heftige emoties hebben). We leren er ook hoe hoog de lat ligt in't leven, wat belangrijk is en wat minder.
Je staat er vaak niet zo hard bij stil, maar je komt al uit je gezinssituatie met een aardig gevulde rugzak (soms in de neutrale zin van het begrip, soms ook in de "rugzak" zin van het begrip). Natuurlijk leren we later en elders ook nog veel. Tuurlijk komen we op latere leeftijd ook nog mensen en situaties tegen die ons vormen. Maar weinig zal een impact hebben die zó groot is als wat we meekrijgen in onze vroege jeugd. De eerste kneding van dat lief, klein bolletje plasticine dat zich onze identiteit zal gaan noemen, gebeurt toch in de schoot van het kerngezin. Ongeacht hoe goed of hoe slecht de situatie daar was. Die o zo belangrijke (en tegenwoordig veel gebruikte) term "hechting" geeft zoveel van ons verdere leven vorm dat het moeilijk onder woorden te brengen is. Het heeft dan ook een grote impact op hoe we onszelf zien, wat we doen in het verdere leven en hoe we voor onszelf zorgen.
Met de poppetjes of de blokjes spelen.
De mensen die een (hoofd)rol spelen in de issues die je in het nu mee brengt naar mijn praktijk en/of de mensen die een rol gespeeld hebben in hoe je gevormd bent geweest hebben dus ook zeker hun plaats te hebben in je verhaal, in je proces, je traject. Maar da's moeilijk hè. Die mensen zijn hier niet. Die zitten niet mee rond de tafel als je in mijn praktijk komt uitleggen wat er je momenteel in de weg zit om gelukkig of content te zijn. En langs de ene kant is dat heel erg goed. Want hier mag jij alle ruimte innemen, zonder dat je hoeft te concurreren met andere taken, rollen, verantwoordelijkheden. Hier mag het volop gaan om jouw emoties, jouw overtuigingen, jouw gedachten, jouw zelfzorg. Maar "de anderen" spelen wel een rol. We kunnen die zelfzorg vormgeven in een vacuüm, maar dat is voor deel ook de realiteit ontkennen. Je gaat hier buiten en wordt weer geconfronteerd met de medespelers in het systeem. Daarom brengen we "de ander" vaak wel binnen in de gesprekken door de blokjes of de poppetjes te gebruiken.
Dat wil ik in deze versie van de blog ook doen om de basics van de familiesystemen uit te leggen en de aandacht te vestigen op dé belangrijkste patronen die je zelfzorg in de weg kunnen zitten. Maar voor we verder gaan,... laat mij toch heel efkes een paar dingetjes uitleggen:
Allereerst dat er niemand beter beseft hoe abstract dit allemaal kan klinken als een systemisch coach of een contextueel therapeut, so bear with me.
En ook: Om dit proberen uit te leggen moet je wel een beetje - naar mijn mening soms té - kort door de bocht gaan. In een algemene uitleg over de systemen kan je geen rekening houden met specifieke contexten. De kans is dan ook groot dat je bij zo'n uitleg wel een portie "ja, maar" zal voelen. En da's goed. Want in jouw verhaal zitten jouw specifieke stukken. Om dit echt toe te spitsen op jóuw situatie, is een face-to-face gesprek in de juiste context absoluut nodig. Dan kan de (tafel)opstelling zo groot en zo ingewikkeld worden als nodig is voor jouw specifieke verhaal. Dus hou voor nu, bij het lezen rekening met deze disclaimer: dit is een algemeen verhaal. Er zijn hele boeken geschreven rond dit thema en zelfs die laten gaten open. Dus je kan je voorstellen dat een korte blog dat zeker zal doen.
En tenslotte: als je geraakt wordt doordat je je eigen verhaal meeneemt in deze voorbeelden, als je getriggerd geraakt,... weet dan dat wat waarschijnlijk is omdat er iets wil bewegen. Dat er iets klaar zit om bekeken te worden. Dat kan moeilijk voelen, maar is iets heel moois waar je veel goeds uit kan halen. Blijf er dan niet mee zitten. Praat erover. In je omgeving als er mensen zijn die dat kunnen opvangen. Of bel/mail/whatsapp me even, dat kan natuurlijk ook altijd.
Maar: na deze ellelange inleiding: here we go!
Familiesystemen en zelfzorg
In de praktijk zou ik "het familiesysteem" en de patronen die daar mogelijks uit voort komen uitleggen aan de hand van de blokjes (of poppetjes) dus dat heb ik hier ook gedaan. In mijn praktijk is het niet zo dat je binnenkomt en de doos met blokjes in de handen gedrukt krijgt, maar als het helpend is, als ze iets kunnen bijdragen staan ze altijd klaar.
Korte achtergrond:
De blokjes kunnen we inzetten voor mensen in je omgeving. Er zijn er grotere en kleinere, ronde en vierkante. Traditioneel staan de ronde voor vrouwen, de vierkante voor mannen, dat laat ik liever los omdat ik dat niet inclusief genoeg vind. Voor het gemak ga ik in het volgende stuk steeds uit van een redelijk "klassieke" familie-indeling en kan je grosso modo wel deze opsplitsing aanhouden: man, vrouw, kind, volwassene.
De blokjes hebben ook een klein kogeltje, dat geeft vaak de kijkrichting aan in een familie/tafelopstelling. Bijvoorbeeld: kijkt degene naar de persoon naast, voor of achter zich? Dat kan belangrijke info zijn.
In de praktijk zou jij de leider zijn van de opstelling en bepaal jij welke blokjes voor wie of wat komen te staan. Kortom: jij zet de blokjes, kiest met je gevoel en vertelt mij wat en wie je gezet hebt. En van daaruit vertrekt het gesprek meestal vanzelf en vindt het de juiste richting.
Om de hoofdrolspeler (jij dus) in dit verhaal aan te duiden, zal ik het poppetje gebruiken, zodat er steeds duidelijk af te lezen is waar "jij" je bevind.
Het "systeem"
Jij staat natuurlijk in theorie nooit alleen. Al kan dat gevoelsmatig wel anders liggen er staat een soort stamboom rond je heen. Hiernaast (of onder in een mobiele weergave) zie je de verschillende lagen van een familiesysteem.
Je ziet "jezelf" staan op "jouw plek" (dat is je theoretisch juiste plek, gevoelsmatig of in realiteit kan die perfect ergens anders in het systeem zijn). Je staat op de plek waar jij "hoort" te staan. De plek waar jij jouw plek ten opzichte van de rest van het systeem kan innemen. Dat is de plek waar jij weet/voelt wat van jou is en wat van de ander. De plek waar het leven (jouw leven) plaatsvindt en de energie stroomt.
Dat is:
- Naast je eventuele partner
- "Boven" je eventuele kinderen
- "Onder" de generatielaag van je ouders, grootouders en verdere voorouders
Dat is ook de plek waar iedereen (ja, iedereen) van tijd tot tijd wel eens van afdwaalt (om verschillende redenen). Onthoud daarom misschien nu ook al dat eender welke andere plek waarvan je voelt dat je er staat (of gestaan hebt) niet fout of "foei" is.
Het is informatie en observatie, niet meer en niet minder. Het kan ons iets leren over waarom je doet wat je doet en ondanks mogelijks negatieve gevolgen toch datgene blijft doen. Waarom energie opraakt, waarom je misschien vastloopt, waaromsommige dingen zo moeilijk te veranderen zijn. In die zin is het belangrijk informatie en kan het helpen in het proces.
Wat niet helpen is, is om veroordelend te kijken naar iemand (jij of een ander) die van zijn plek afgeweken is.
In zo'n opstelling krijgt iedereen z'n plek. Ook degenen die er vandaag niet meer zijn. Ook degenen die er naar je gevoel nooit geweest zijn. Ook degenen waarvan je liever zou hebben dat ze er geen deel van uitmaakten.
Wat er ook vormgegeven wordt in zo'n opstelling is de richting van "geven en nemen" en ook de balans of disbalans hierin.
Dat begint bij "het leven". Van boven naar onder in zo'n opstelling zie je ook de richting waarin het leven wordt doorgegeven. Het begon bij de voorouders, via de grootouders en de ouders naar jou en zo verder naar de generaties die komen (en/of in je maatschappelijke en systemische bijdrage).
Geven en nemen van andere dingen als het "leven" stroomt eveneens in die richting. Dan hebben we het niet enkel over materieel geven en nemen (bijvoorbeeld: geld, cadeautjes,...), maar ook abstracter geven en nemen zoals liefde, zorg, tijd, aandacht, verantwoordelijkheid,...
Als we horizontaal kijken (naar relaties op dezelfde generatielijn) lijken relaties het beste te werken als er gestreefd wordt naar een quasi-balans in geven en nemen (over een globale tijd van de volledige relatie). Dat zijn dan de relaties als broer/zus, partners, vriend(inn)en, collega's. Zowel een onevenwicht in geven als in nemen/ontvangen kan al eens ambetant voelen in een relatie op dezelfde lijn. Het meest klassieke voorbeeld is geven van cadeautjes. Het voelt vervelend als jij degene bent die altijd mooie, weldoordachte, persoonlijke cadeaus bedenkt en standaard bijvoorbeeld een Bongo-bon terugkrijgt (gegeven dat je geen fan bent van Bongo-bonnen). Maar het voelt eveneens vervelend als jij bij je verjaardag een prachtig persoonlijk cadeau gekregen hebt, maar niets kan bedenken. Hetzelfde geldt met tijd, aandacht, liefde, elkaar ontlasten, naar elkaar luisteren... Noem maar op. Over de tijd zal je merken dat wanneer het niet lukt om een redelijk evenwicht te vinden, de relatie wrang zal kunnen gaan aanvoelen.
Verticaal werkt geven en nemen in theorie anders. Daar is per definitie geen evenwicht mogelijk. Geven en nemen stroomt daar (theoretisch) vanzelf van boven naar beneden. Je kreeg het leven van bovenaf (of je daar nu blij mee bent of niet). Voor het kind voelt dat (onbewust uiteraard) aan als een niet aflosbare schuld. Dat is de reden dat "een kind" ook heel ver zal gaan om de situatie - in zoverre als dat nodig is - beter te maken voor de ouders of de ouders te pleasen. Het kind wil goed genoeg zijn voor de ouders. Dat doet het kind door "omhoog te geven". Liefde, knuffels, hulp, tekeningen,... maar ook zorg die verschillende vormen kan aannemen.
In principe kan je verwachten dat de ouder voor het gegevene niets terug verwacht. In praktijk zien we dat dat toch vaak anders is en volwassen kinderen moeilijk kunnen ontvangen van ouders zonder het gevoel dat ze er iets voor terug moeten doen. Of zien we dat ouders geven aan kinderen en er ook op een bepaalde manier iets voor terug verwachten. Soms is dat effectief zo, soms enkel gepercipieerd. Soms komen deze (al dan niet uitgesproken) verwachtingen niet overeen met hoe de situatie aangevoeld wordt. Vraag en aanbod kan dan uit balans zijn. Dit kan wel eens spanning geven in de onderstroom.
Zorg en hulp in verschillende vormen
Maar even terug naar het jonge kind. Het jonge kind "geeft" aan de ouder om hem/haar blij, trots,... te maken. Dat is perfect normaal en ook heel gezond. Het spel van geven en nemen wordt daar ook geleerd. Want voor een deel van dat "omhoog geven" wordt een kind geprezen en erkend. Dat geeft dan ook voldoening: "mooie tekening", "fijn dat je geholpen hebt", "goed gedaan", "dank je",... zijn daarbij heel belangrijk. Het toont aan dat de inspanning van het kind gezien, gevoeld en geapprecieerd wordt.
Soms geeft een kind ook omhoog wat het eigenlijk niet kan geven. Een deel van het "omhoog geven" - of toch de nood daaraan - wordt niet gevraagd maar (al dan niet terecht) "aangevoeld" door her kind:
- "Als ik stil ben hebben ze dat liever dan als ik luid ben"
- "Als ik grapjes maak is mama/papa minder droef"
- "Als ik er ben, maken ze minder ruzie"
- "Als ik flink/stil/... ben, zijn ze blij"
Ook dit moet weer met de nodige nuance gezien worden. Het gaat hier over quasi-altijd-situaties. Die eigenlijk aanleiding geven tot "ik moet... anders..." denken.
- "Ik moet altijd stil en flink zijn, anders worden ze boos, opgejaagd, ontevreden."
- "Ik moet altijd goede punten halen."
- "Ik moet zorgen dat ik de aandacht vraag, anders maken ze ruzie."
- "Ik moet de grapjes zijn die de situatie lichter maakt."
- "Ik moet mama blij maken."
Zo kan je 100-den verschillende voorbeelden bedenken die allemaal ontstaan uit een eenvoudig "als... dan..." mechanisme dat - al dan niet bewust en al dan niet terecht - wordt aangeleerd door het kind. Voor dit deel van (vaak onzichtbare) zorg/hulp wordt het kind zelden erkend. Omdat het onzichtbare zorg en hulp is en vaak ook niet "expliciet" gevraagd wordt en dus ook niet tot de "taak" van het kind behoort. Het is het resultaat van dat tussen de regels lezen en invullen, van subtiele signalen interpreteren en daar regels van maken.
Ben jij - lieve lezer - nu toevallig hoogsensitief dan heb je vast wel gemerkt dat dit een nóg grotere invloed op jou kan hebben (of gehad kan hebben) omdat je net extra gevoelig bent aan het interpreteren van subtiele signalen en in aandacht voor de ruimte tussen de regels.
Parentificatie
Een deel van de zorg/hulp geven vanuit het kind naar de ouderlaag kan ook "leeftijdsinadequaat" zijn. Dat wil zeggen: niet passen bij de werkelijke leeftijd van het kind. Hierbij ervaart het kind een nood vanuit de omgeving dat het groter, ouder en verantwoordelijker zou moeten zijn dan het werkelijk is. Dat kan zich op verschillende manieren uiten. Door de rol in te nemen die het leven van de ouder op één of andere manier ontlast. Een paar voorbeelden (er zijn er ongetwijfeld meer te vinden in de literatuur, maar ik noem de meest voorkomende in mijn praktijk) zijn:
- Het ideale kind: altijd flink, voldoet altijd aan de verwachting, wordt geïdealiseerd door de ouders, maar voelt onvermijdelijk dat het ooit de lat misschien niet zal kunnen halen en streeft daarom perfectie na met vaak een onderliggende angst of overtuiging niet goed genoeg te zijn.
- De zondebok, het zwarte schaap: kan al eens opstandig zijn, niet "braaf" of "flink". Een "moeilijk" kind.
- Het kind met gespleten loyaliteit: het kind dat de rol krijgt als bemiddellaar tussen de ouders.
- Het zorgende kind.
- Het kind dat klein gehouden wordt en ogenschijnlijk niet volwassen mag worden.
- Het kind dat geen grenzen toegekend krijgt door de volwassenen.
En dan komen we volop in het domein van "de parentificatie": Een proces (of een patroon) waarbij er leeftijdsinadequate zorg wordt gegeven vanuit het kind aan de ouder omdat deze (vrijwillig of niet) en (bewust of niet) uit de ouderrol stapt, De ouder wordt dan ervaren als niet aanwezig of onvolledig / te aanwezig en het kind gaat die nood zelf opvullen.
Alleen, om die nood op te vullen moet de eigen plek verlaten worden. Je kan namelijk geen 2 plekke tegelijk innemen in het systeem. Als je leeftijdsinadequaat zorgt voor ouders kan je niet tegelijk ook ten volle kind zijn. Het kind wordt bij deze dus artificieel groter, ouder, verantwoordelijker gemaakt dan dat het hoort te zijn. Er zijn globaal genomen twee plekken die bij parentificatie worden ingenomen in plaats van de eigen plek.
Een plek tussen de ouders
Waar het kind leeftijdsinadequate zorg geeft die van een partner of generatiegenoot verwacht zou kunnen worden: troosten, bemiddelen, afleiden bij ruzie, fysiek zorgen voor.
Een plek boven de ouders
Op de plek van een grootouders, waar het in feite zorg en/of taken op zich neemt die men van een ouder zou kunnen verwachten. Hierin kan ook overlap zitten met de situatie die hiernaast wordt beschreven.
[Twee bedenkingen hierbij: Niets hiervan gaat om het objectief correct zijn van de situatie, van wat het kind geïnterpreteerd heeft, van wat de ouder vroeg enzovoort. Alles draait om hoe degene voor wie de opstelling gebeurt de situatie ervaren heeft. Het is ook niet zo dat omdat de ouderlijke nood onzichtbaar was, dat het "de eigen fout" van het kind is dat het niet erkend werd. Ook hier gaat een opstelling niet om fout of schuld ergens te leggen, maar puur om inzicht te krijgen in patronen, gevoelens,... en deze een plek te kunnen geven in het verwerkingsproces.]
Parentificatie blijft niet binnenskamers
Het belang van het begrip parentificatie is groter en breder dan wat er tot nu toe al aan bod gekomen is. Het gaat er niet alleen om dat je te jong een rol opneemt in het leven van (één van) de ouders en niet ten volle kind kan zijn omdat je taken, zorgen, verantwoordelijkheden voelt die niet bij de kinderleeftijd passen. Het kan ook zijn dat je te lang die rol opneemt en in die zin als puber, jongvolwassene het gevoel hebt dat je niet kan of mag losbreken uit dat ouderlijk nest om je eigen leven vast te pakken. Deze processen en dynamieken spelen zeker een rol in hoe je later in het leven staat en wat je eventueel in volwassenheid te verwerken hebt.
Maar verder breid parentificatie zich ook uit over andere domeinen. Het kind dat we waren, dat we moesten zijn, wordt in volwassenheid ons "innerlijk kind" genoemd. Een term waar ik al menig "oogrol-momentjes" over meegemaakt heb omdat men zich er iets zweverigs bij voorstelt. Dat is het niet. We hebben allemaal nog jongere versies van onszelf in ons wonen. Met opvattingen en overtuigingen, met regels en goedkeuring of afkeuring van onze ouders. Evenzeer hebben we een "innerlijke ouder" die ons vaak vertelt over wat we zouden moeten doen en hoe we eigenlijk een betere versie van onszelf zouden kunnen zijn. Dat en nog enkel andere innerlijke vrienden en vijanden wil ik nog eens bespreken in een blog over inner voices en zelfzorg, dus dat leidt ons hier en nu misschien te ver.
Anyway: het kind (dat in volwassenheid ons "innerlijk kind") leert immers heel goed aanvoelen wat er nodig is in welke situatie. Het leert die subtiele signalen interpreteren. Het leert uitkomsten voorspellen en het leert vooral welke versies van zichzelf de meeste appriciatie krijgen, welke het meest bijdragen aan de gezinssituatie en de harmonie. Het leert de focus naar buiten richten op de externe nood, in plaats van de focus naar binnen te richten. Het antwoord op de vraag "wat heb ik nodig", "wie ben ik" is veel minder belangrijk dan "wat is er nodig" en "wie moet ik zijn".
Dit talent of deze noodzaak beperkt zich niet tot de kernfamilie en blijft (op z'n minst deels) bij ons in de volwassenheid. Voor het kind is het aanvoelen en invullen van de noden uit de directe omgeving een kerntaak. Dat blijft ook zo wanneer het kind volwassen wordt. Dit legt meteen de link tussen parentificatie en zelfzorg.
Want als de focus uitgaat naar helpen, zorgen en dragen van hetgeen waarvoor het kind niet leeftijdsadequaat is en geen mandaat gekregen heeft (en dus niet erkend zal worden), dan kan dat kind niet op zijn/haar kindplek blijven staan. Dan is het meer bezig met de behoeften van een ander als van zichzelf. Dan heeft het waarschijnlijk meer voeling met de grenzen van een ander dan die van zichzelf. Als jij dat geparentificeerde kind bent (of was) en alle focus gaat (in volwassenheid nog steeds) uit naar helpen, zorgen en dragen wat niet voor jou bedoeld is, dan geldt datzelfde waarschijnlijk nog steeds en niet (alleen meer) richting je ouders. Het ziet eruit als:
- Herhalen waarvoor je geprezen werd als kind (en misschien nog wel veel meer), zoals pleasen, je aanpassen,...
- Verantwoordelijkheid dragen die niet bij jou hoort te liggen
- geven, geven, geven en niet mogen / kunnen of willen ontvangen of nemen (of niet weten hoe om hulp te vragen)
- Duidelijk aanvoelen wat een ander nodig heeft, maar moeite hebben met het ontrafelen van eigen behoeften
- Moeite met grenzen aangeven, voor zichzelf kiezen,...
- Moeite met aanvoelen wat van jou is en wat van de ander is en waar bijgevolg jouw verantwoordelijkheid stopt
En daar dan ook zelden erkenning voor krijgen in de vorm van dat het opgemerkt wordt door degene waarvoor je het doet, je een bedankje krijgt of men het ziet als een buitengewone prestatie en het maar als normaal zal zijn dat jij dat er wel even bijneemt.
"En zo is de link met zelfzorg gelegd.
Of toch de link met moeite hebben met zelfzorg."
Je hebt namelijk heel erg geleerd dat geliefd zijn, nodig zijn, goed genoeg zijn, jezelf en je eigen plek afstaan betekent. De ander voorop stellen en meer aandacht en zorg geven dan dat je ooit aan jezelf zou geven.
Maar oké, nu weet je dat, wat kan je hier nu mee? Wat heb je hier nu aan?
Wel, als je jezelf hierin herkent is dat een duidelijke eerste stap. Herkennen van patronen en erkennen dat ze mogelijks nog een invloed uitoefenen op je huidige leven zorgt ervoor dat die patronen niet langer in de schaduw werken. Het maakt bepaalde gedraging, reflexen en gewoonten zichtbaar en verklaarbaar. Dat maakt dat je geleidelijk aan - vaak met een beetje begeleiding - voor iets anders kan kiezen als je dat wil.
Door geleidelijk en herhaaldelijk voor een ander gedrag te kiezen verzwak je het patroon in het nu. Als volwassene kan je namelijk wél op een veiligere manier kiezen voor gedrag, reacties en handelingen waar je als kind moeilijker voor kon kiezen omdat je voor het leven afhankelijk was van je ouders.
"Patronen en dynamieken worden zichtbaar als je ze opstelt.
Oude kwetsuren kunnen helen
en nieuwe keuzes kunnen gemaakt worden."
Net zoals de poppetjes hier werden gebruikt, gebruiken we ze ook vaak in coaching. Jij stelt je situatie op met de poppetjes of blokjes (of we doen het samen op basis van wat je vertelt). Dat kan een situatie zijn in het hier en nu, dat kan de situatie zijn zoals ze zich voordeed in je kerngezin, alles kan. Op die manier blijft wat er speelt (en tussen wie) niet enkel in gesprek "hangen", maar wordt het beter zichtbaar en voelbaar. Alleen is er hier en nu in coaching veel meer ruimte voor hoe jij je daarbij voelt of gevoeld hebt. Daarbij kunnen we opmerken aan welke emoties je destijds voorbij bent moeten gaan, welke noden er niet vervuld zijn geweest en hoe we hier nu rond kunnen werken. Waar er toen een gebrek was aan jouw perspectief wordt dat nu de hoofdfocus. En daarbij kan je als volwassene zelf gaan kiezen en invullen hoe jouw plek eruit ziet en die meer en meer gaan innemen op een manier die bij jou past.
Het hoeft niemands fout te zijn. Het is ook niet jouw schuld (maar wél jouw verantwoordelijkheid).
Voor ik afsluit wil ik nog een keer benadrukken dat heel wat van deze processen onbewust gebeuren. Zowel bij de ouders als bij het kind. Dit is ook een patroon en een proces dat in elk gezin kan ontstaan. Daarvoor hoeft de jeugd niet bijzonder nadelig geweest te zijn. Er hoéft niet noodzakelijk sprake geweest te zijn van trauma om parentificatie te herkennen (al kan dat natuurlijk wel en is dat erkennen ook heel waardevol).
Het belang van het kennen van dit soort patronen in een traject rond zelfzorg is vooral het hérkennen en érkennen zodat het geen (erg grote) onzichtbare en ongrijpbare invloed (meer) zou uitoefenen op je dagdagelijks functioneren en welbevinden. Zodat kwetsuren gezien en verwerkt kunnen worden en zodat oude wonden geheeld kunnen worden zodat je minder snel, minder ernstig getriggerd wordt door een nieuwe aanraking op de kwetsuur. En zodat je uit dat gevoel van "vastzitten" kan stappen en de regie zelf kan vastpakken.
Dat je in zulk patroon "verstrikt" bent geraakt en alles wat het veroorzaakt zou kunnen hebben is ook niet jouw schuld. In veel meer gevallen niet dan wel is het ook geen proces waar de ouders zich van bewust waren. De kans is ook heel groot dat het niet bij jouw ouders begonnen is. Eke generatie heeft zijn (onbewuste) kwetsuren en leeft hiermee. Die beïnvloeden hoe we "ouderen", onze kinderen opvoeden en in het leven staan. Elke generatie geeft dus ook wat kwetsuurtjes door aan de volgende (ook wij, maar misschien op een andere manier). Het wordt generatie op generatie doorgegeven en we komen ook gewoon voort uit generaties waarin het heel normaal was dat kinderen een deel van de last droegen zonder mandaat of erkenning. Het is dus ook geen alles of niets verhaal. Het heeft dus weinig zin om met "schuld" te schermen of verwijten te maken.
Wél heb jij nú de sleutel vast, als je het patroon erkent, om er iets mee te doen. Als het jou opvalt, als het jou last bezorgt, tegenhoudt of op één of andere manier beknot kan de sleutel tot beter voor jezelf zorgen op een blijvende en duurzame manier liggen in het vastpakken van de patronen die zorgen dat je niet genoég naar jezelf kijkt.
Dat kan heel helpend zijn voor jou en de volgende generatie. Al het persoonlijk werk dat wij doen, straalt namelijk ook af op onze kinderen, waardoor we voor hen ook een steen verleggen in die rivier. Voor mij persoonlijk is mijn eigen traject ook begonnen vanuit de insteek het beter te maken voor mijn kinderen. Pas daarna leerde ik hoeveel het ook voor mezelf kon betekenen.
Zelfzorg is ook altijd (en daar blijf ik bij) zorg voor de volgende generatie.
Tot snel.
Veel liefs.
Reactie plaatsen
Reacties